Jezus is ons begin
We staan aan het begin van misschien wel de boeiendste reis door het Oude Testament die je maar kunt maken. Ik gebruik graag het beeld van in een helikopter boven het landschap van de Bijbel vliegen. Tijdens deze reis zullen we op verschillende plekken tussenlandingen maken, waarbij we telkens kijken wat die persoon of die gebeurtenis nu met Jezus te maken heeft.
Ik ben ervan overtuigd dat het lezen van het Oude Testament nog fascinerender wordt met die informatie. Misschien zelfs leuker en gemakkelijker (al zal ik niet ontkennen dat er ook moeilijke dingen in staan).
Wel één kanttekening: de verhalen in de Bijbel, en zeker die in het Oude Testament, bevatten vaak vele lagen. Er is vrijwel nooit slechts één reden dat een bepaalde tekst in Gods Woord is opgenomen. Wij gaan ons echter specifiek richten op die laag die over Jezus gaat.
En we beginnen met Genesis 1, de scheppingsweek.
Genesis 1
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest.
God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
God zei: ‘Laat er midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Zo gebeurde het. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.
God zei: ‘Laat het water onder de hemel naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. Het droge noemde Hij aarde, het samengestroomde water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Laat overal op aarde jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: alle soorten zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
God zei: ‘Laten er lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten dienen als tekens die de feesten aangeven en de dagen en de jaren, en als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’
En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis.
En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.
God zei: ‘Laat het water wemelen van levende wezens, en laten er boven de aarde, langs het hemelgewelf, vogels vliegen.’ En God schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en alle soorten vogels, alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.
God zei: ‘Laat de aarde alle soorten levende wezens voortbrengen: alle soorten vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, alle soorten vee en alle soorten dieren die op de aardbodem rondkruipen. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken; zij moeten heersen over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen.
Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’
Ook zei God: ‘Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef Ik alle groene planten tot voedsel.’
En zo gebeurde het. God zag alles wat Hij had gemaakt: het was zeer goed. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.
Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid. Op de zevende dag rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had. God zegende de zevende dag en heiligde die, want op die dag rustte Hij van heel zijn scheppingswerk.

De zaadjes van het evangelie
Wat een prachtig verhaal, vind je niet? Genesis 1, 2 en 3 zijn relatief korte hoofdstukken, maar ze leggen het fundament voor de rest van de Bijbel. Alle belangrijke thema’s die in het vervolg van de Bijbel worden uitgewerkt, vinden hier al hun oorsprong.
Maar… is het je ook opgevallen dat Jezus helemaal niet wordt genoemd? Hoe kan deze tekst dan toch over Jezus gaan? Om te beginnen moet je begrijpen dat de profeet Mozes Genesis heeft geschreven in de periode na Israëls uittocht uit Egypte. De mensen waren daar generatieslang slaaf geweest en ze aanbaden dus Egyptische afgoden. Ze kenden de Egyptische scheppingsverhalen, maar wat wisten ze nog van hun voorouders Abraham, Isaak en Jakob? Wat wisten ze van de toren van Babel, van Noach en de zondvloed, van Kaïn en Abel en van Adam en Eva?
Ik geloof dat God – die regelmatig vrijuit met Mozes sprak – deze verhalen aan Mozes heeft doorgegeven. Genesis was bedoeld om die pas bevrijde Israëlieten hun identiteit terug te geven. Wie waren ze? Waar kwamen ze vandaan? Wat was hun verhaal?
Deze mensen wisten niets over de noodzaak van een toekomstige verlosser. Het geniale is dat God hun een verhaal geeft waar ze direct iets mee kunnen, en dat dit verhaal ook al de zaadjes van het hele evangelie bevat. Er zijn dan ook veel verwijzingen naar Jezus.
Jezus is Gods scheppende kracht
Genesis opent met: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’. Het Hebreeuwse woord bara (‘scheppen’) wordt uitsluitend voor Gods werk gebruikt. Dit is geen menselijk knutselwerk, maar goddelijk scheppen uit niets.
Opvallend is hoe God schept: niet door te boetseren met klei, niet door te bouwen met hout en stenen, en niet door te vechten zoals de afgoden in scheppingsverhalen van andere volken. Hij creëert door te spreken.
‘God zei…’ en het gebeurde.
Johannes, de leerling van Jezus, zag het verband tussen Gods spreken in Genesis 1 en de Jezus die hij als mens meemaakte.
Johannes 1 legt dit uit: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat.’
Dit Woord van God is dus niemand minder dan Jezus. Sterker nog: iedere keer als God spreekt, is het alsof God Jezus activeert. Jezus is het spreken van God. Hij is de scheppende kracht van God. In Hem en door Hem ontstaat alles wat wij met onze zintuigen waarnemen, en ook al het geestelijke.
Als je Genesis 1 leest, zie je Jezus al aan het werk. De schepping is niet alleen iets van de Vader, maar van Vader, Zoon en Geest samen.

Jezus brengt Gods orde
De eerste verzen van Genesis beschrijven een aarde die ‘woest en leeg’ was (tohoe wabohoe in het Hebreeuws). God maakt daar stap voor stap een ordelijke wereld van: water en land, dag en nacht, hemel en aarde. Er ontstaat structuur, een plek waar leven kan bloeien.
Ook dit verwijst naar Jezus. Paulus zegt in Kolossenzen 1:17: ‘Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem’. Hij houdt de schepping bij elkaar, Hij is het middelpunt van orde en shalom – Gods vrede.
Wat God in Genesis doet met de kosmos, doet Jezus in ons leven. Hij brengt orde in onze chaos, vrede in onze onrust.
Jezus is het licht
Er zijn veel theorieën over de volgorde waarin God alles heeft gemaakt, over de leeftijd van het universum, of we de zes scheppingsdagen letterlijk moeten nemen, enzovoort. Die laat ik allemaal voor wat ze zijn.
Opvallend is dat God op dag 1 het licht van de duisternis scheidt. Dat licht komt niet van de zon, de maan of de sterren. Die krijgen namelijk pas op dag 4 hun plek. Het licht is van God zelf afkomstig. In het evangelie van Johannes doet Jezus zeven uitspraken over zichzelf. Eén daarvan is:
‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’
Jezus is het licht dat wij nodig hebben om te kunnen leven en overleven. Als je Jezus volgt, hoef je nooit meer in de duisternis te leven. Je kunt vertrouwen op het licht dat leven geeft.
Jezus als volmaakt beeld van God
De mens is de kroon op Gods schepping. God maakte die mens naar zijn beeld. Dat betekent niet dat wij allemaal qua uiterlijk op God lijken. We zijn immers allemaal uniek en verschillend. Dat wij Gods evenbeeld zijn, betekent dat we Gods karakter weerspiegelen. We zijn gemaakt om zijn liefde en goedheid uit te dragen.
Dat beeld van God in ons is door de zonde gebroken. Wij zijn niet meer zoals God ons bedoeld heeft – we zijn niet meer wie we zouden moeten zijn. We schieten tekort.
Jezus daarentegen is het volmaakte beeld van God. Kolossenzen 1:15 zegt: ‘Beeld van God, de onzichtbare, is Hij, eerstgeborene van heel de schepping’.
Dit vers betekent trouwens niet dat Jezus, net als wij, een geschapen wezen is. Hij was er altijd al. Het betekent dat Hij ons voorgaat. Dat Hij ons grote voorbeeld is. Genesis 1 wijst dus vooruit naar de mens zoals God die bedoeld heeft: volmaakt zichtbaar in Jezus.
Jezus is ons begin
Wij hebben één groot voordeel ten opzichte van de mensen die in de tijd van het Oude Testament leefden: Jezus is inmiddels gekomen. Dat betekent dat wij de Bijbel kunnen lezen in het licht van Jezus’ leven, sterven en opstanding. We kunnen terugkijken naar de eerste verhalen in de Bijbel en zien hoe die verbonden zijn met Jezus. Op precies die manier gaven de eerste apostelen al onderwijs over het Oude Testament.
Hun conclusie is de onze: Jezus is ons begin.
Leer Jezus ontdekken in het Oude Testament

Bijbelstudies en verhalen over Jezus in het Oude Testament
Wil je de hele Jezus in het Oude Testament-serie volgen? Kijk dan op Bijbellezenmetjan.nl/jotcursus. Dan gaan we in grote stappen door het Oude Testament heen. Ik weet zeker dat deze challenge je kijk op het eerste deel van de Bijbel zal veranderen. Bijbellezen wordt leuker en makkelijker.
Doe je mee?
Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!



Hallo Jan,
Mooie interessante studie waarin ik de volgende opmerking heb over jouw redenatie van Israël die in Egypte slaaf waren geweest. Ja ze kenden YHWH niet en aanbaden Egyptische afgoden, maar ze wisten heel goed waar ze vandaan kwamen en hoe dat begon met Abraham. Ik denk nl dat de geschiedenissen van Mozes en zijn familie niet ergens uit het verleden gekomen of alleen maar opgegeven zijn door God. Het zijn verhalen en gebeurtenissen die als familiegeschiedenissen juist in die tijd en die omgeving en cultuur steeds weer bij vuren werden verteld.
Als je de Bijbel volgt dan zijn er geen ‘onderbrekingen’ tussen generaties vanaf Adam tot Mozes, dan zie je dat; => Methusalem uit 1ste hand de verhalen van Adam kreeg, die de 1ste mens was van dag 6, Shem die uit 1ste hand de verhalen van Methusalem kreeg, Abraham die uit 1ste hand de verhalen van Shem kreeg.
Jacob die uit 1ste hand de verhalen van Abraham kreeg en Joseph die de verhalen rechtstreeks van zijn vader Jacob kreeg.
1 van de broers van Joseph is Levi die 137 jaar oud werd, Levi kreeg oa Kehath die 133 jaar oud werd, Kehath kreeg oa Amram die 137 jaar oud werd, en Amram is de vader van Mozes. Mozes zal waarschijnlijk Levi niet hebben gekend maar het is wel zeer waarschijnlijk dat hij Kehath de zoon van Levi kende die op zijn beurt Joseph had gekend.
Daarbij bedenkende dat stammen/ families dicht bij elkaar bleven en niet werden afgeleid door TV of Media en allerlei huidige nutteloze tijdverdrijven. Ook rekening houdende met het feit dat zij veel meer konden onthouden door oa tradities en cultuur, dan wij die zonder telefoon of computer nergens meer zijn.
Wat vind jij?
Shalom Raymond
Ja, dat kan natuurlijk, al is het moeilijk hard te maken. Maar dat geldt ook voor wat ik zeg over dat ze God nog moest leren kennen. Maar ik heb het in dit stuk vooral literair benaderd. Wat is de boodschap van de tekst? Zelfs al hadden ze wat kennis uit de overlevering, dan nog moest het volk God werkelijk leren kennen. Tot aan Mozes had er namelijk nooit iets op papier gestaan. Ondertussen was het volk wel gegroeid van 70 mensen in de tijd van Jakob naar honderdduizenden of zelfs miljoenen. Feit blijft dat de Israelieten generaties lang hadden gewoon in het land van de farao’s en dat God zich middels de verhalen in Genesis zich aan hen (opnieuw) voorstelt.
Ja, het kan zijn dat mensen in die tijd beter konden onthouden. Maar je moet dat ook niet overschatten. Dat gold voor een deel van de mensen. Vandaag de dag zijn er nog steeds ongeletterde groeperingen en ik heb veel mensen gesproken in Azie die niet kunnen lezen en schrijven. Ze onthouden echt wel, want ze zijn niet dom. Maar hun kennis is toch beperkter dan mensen die onderwijs hebben gehad.